Voltooid! Dit project lijkt momenteel geen gegevens meer te bevatten.

Resultaten zien

Schrijf je hier in voor onze mailinglijst en nieuwsbrief!

Dit project is gemaakt met de Zooniverse projectbouwer maar nog geen officieel Zooniverse project. Vragen over het project die gestuurd worden aan het Zooniverseteam worden mogelijk niet beantwoord.

Wikiscripta Neerlandica II

Wikiscripta Neerlandica II: Burgerwetenschap als breekijzer voor de ontsluiting en digitalisering van talig erfgoed uit Noord en Zuid

Lees meer
Beginnen!

Voorlopig bieden we enkel een mooie collectie GEKAAPTE BRIEVEN (/) uit de 18de eeuw aan, afkomstig uit de ‘Prize Papers’-collectie van The National Archives (Kew) en aangeboden i.s.m. het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Na de zomer volgen hopelijk nieuwe bronnen! Meer informatie over de bronnen in onze nieuwsbrief. MOEILIJKHEID: () beginners, () gemiddeld, (*) gevorderd.

Forum

Praat met het onderzoeksteam en andere vrijwilligers.

Doe mee!

    Wikiscripta Neerlandica II statistieken

    Bekijk meer statistieken

    All Time Stats

    Vrijwilligers0
    Classificaties0
    Project not launched

    Active Stats

    Elke klik telt. Word lid van de community van Wikiscripta Neerlandica II om dit project te voltooien en onderzoekers te helpen bij het behalen van belangrijke resultaten. Klik op 'Meer statistieken bekijken' voor nog meer statistieken.

    100%
    Percentage voltooid
    Classificaties0
    Taken0
    Voltooide onderwerpen0

    Bericht van de onderzoeker

    Wikiscripta Neerlandica II avatar

    Met de hulp van vrijwilligers slagen we erin om heel wat nieuwe bronnen te ontsluiten voor onderzoek. Elk van deze bronnen draagt bij tot een nieuwe kijk op de geschiedenis van het Nederlands, en verruimt onze blik op het taalgebruik van weleer.

    Wikiscripta Neerlandica II

    Over Wikiscripta Neerlandica II

    De geschiedschrijving van de Nederlandse taal baseert zich vandaag meer dan ooit op een rijk arsenaal van bronnen: om te weten te komen hoe onze taal er in het verleden uitzag, baseren we ons niet alleen op traditionele bronnen zoals grote literaire romans of middeleeuwse oorkondes, maar kijken we eveneens naar minder bekende en minder formele bronnen, zoals dagboeken, brieven en reisverslagen. Deze documenten zijn vaak vervaardigd door gewone mannen en vrouwen die nooit de ambitie hadden om in latere eeuwen gelezen te worden. Hoe breder het gamma aan bronnen dat we kunnen bestuderen, hoe rijker en dieper ons inzicht in de taalgeschiedenis wordt. Zo leren handgeschreven teksten van minder geletterde schrijvers ons bijvoorbeeld veel over hoe het Nederlands in het verleden moet hebben geklonken: hun taalgebruik staat vaak dichter bij de alledaagse spreektaal. Door ons niet langer uitsluitend te concentreren op de taal van hoogopgeleide mannen uit de grote steden, kunnen we dan ook steeds meer het klassieke beeld van de taalgeschiedenis aanvullen en – waar nodig – bijstellen.