





Voltooid! Dit project lijkt momenteel geen gegevens meer te bevatten.
Diabetes mellitus is wereldwijd een ernstige, steeds vaker voorkomende chronische aandoening waarbij het bloedsuikergehalte is verhoogd. Bij diabetes produceert het lichaam onvoldoende insuline of is het lichaam ongevoelig voor het effect van insuline. Hierdoor kan suiker vanuit de voeding onvoldoende opgenomen worden in de verschillende cellen om daar als energiebron te dienen. Daardoor ontstaat een verhoging van het bloedsuikergehalte (hyperglycemie). En samen met een hyperglycemie zien we vaak stoornissen in de bloedvetten (cholesterol) en de bloeddruk.
Type 1, type 2 en zwangerschapsdiabetes zijn de meest voorkomende vormen van diabetes.
Bij type 1 diabetes valt het eigen afweersysteem de bètacellen van de alvleesklier aan en vernietigt ze. Het lichaam maakt daardoor geen of onvoldoende insuline aan. Vandaar dat het vanaf de diagnose noodzakelijk is om levenslang insuline in te spuiten. Deze aandoening ontstaat meestal bij kinderen of jonge volwassenen (jonger dan 40 jaar), hoewel ook op oudere leeftijd nog type 1 diabetes kan ontstaan. Van alle personen met diabetes wordt minder dan 10% getroffen door type 1. Opmerkelijk is dat bij diagnose de symptomen meestal op korte tijd optreden en doorgaans zeer uitgesproken zijn. Het gaat vooral om veel plassen, dorst, vermageren en vermoeidheid. Over het ontstaan is nog niet alles geweten. Meestal hebben mensen met type 1 diabetes antistoffen in het bloed, die gericht zijn tegen onderdelen van de bètacellen van de alvleesklier.
Meer dan 90% van de mensen die aan diabetes lijden, hebben type 2 diabetes. De aandoening treedt vooral op vanaf de leeftijd van 40 jaar. Bij type 2 diabetes liggen twee problemen aan de basis: er wordt nog wel insuline aangemaakt maar in onvoldoende hoeveelheden, en daarnaast is de werking van het aanwezige insuline verminderd. Erfelijke aanleg speelt een rol, maar met name bij overgewicht en bij gebrek aan lichaamsbeweging neemt de kans om de ziekte te krijgen toe. Dit zijn ook belangrijke verklaringen voor de sterke toename van type 2 diabetes in de bevolking. Omgekeerd kan men door een gezonde leefstijl type 2 diabetes goed voorkomen.
Een speciale vorm van diabetes is zwangerschapsdiabetes. Deze treedt vooral op in de tweede helft van de zwangerschap. Dit vraagt verdere opvolging om risico's tijdens de zwangerschap en bij de geboorte, zoveel mogelijk te beperken. Meestal verdwijnt de diabetes na de bevalling. De diagnose van zwangerschapsdiabetes is wel een alarmsignaal. Het betekent dat je een sterk verhoogd risico hebt om in de eerste 5 tot 10 jaar blijvende diabetes te ontwikkelen.
Met de huidige behandelingsmogelijkheden is diabetes goed onder controle te houden. Toch kan diabetes kan zowel op korte als op lange termijn tot een aantal gezondheidsproblemen leiden. Op korte termijn kunnen ontregelde bloedsuikerwaarden leiden tot uitdroging of bewustzijnsverlies. Te hoge bloedsuikerwaarden richten op termijn heel wat schade aan ter hoogte van verschillende organen.
Aantasting van de grote bloedvaten uit zich door een grotere kans op een hartinfarct, hersentrombose (beroerte) en een slechte bloedcirculatie in de benen. Dit wordt ook macro-angiopathie genoemd. Aantasting van de kleine bloedvaatjes zorgt vooral voor problemen in de ogen en de nieren, ook micro-angiopathie genoemd. Een slecht geregelde diabetes kan ook de zenuwbanen aantasten. In combinatie met een slechte bloedcirculatie kunnen voetwonden ontstaan die moeilijk genezen. Vroegtijdige opsporing en behandeling van diabetes zijn dus essentieel om ernstige gevolgen tot een minimum te beperken.
In het netvlies kan diabetes voor ernstige letsels zorgen. Het netvlies is de lichtgevoelige laag van het oog waarop het beeld wordt geprojecteerd en vervolgens wordt doorgeseind naar de hersenen. Aantasting van de kleine bloedvaatjes in het netvlies heet retinopathie. In een eerste stadium ontstaan kleine verbredingen en zwakke plaatsen waardoor kleine bloedingen en vochtlekkage optreden. Meestal ondervindt men geen enkele hinder, maar in dit stadium is dringende behandeling reeds nodig. Vandaar het noodzakelijke (jaarlijkse) onderzoek. De oogarts kan de letsels al vaststellen vóór je er hinder van hebt.
Als de diabetesregeling niet verbetert slibben in een volgend stadium de kleine haarvaten dicht. Zo ontstaat op verschillende plaatsen in het netvlies zuurstoftekort. Vervolgens worden nieuwe haarvaten aangemaakt die van zeer slechte kwaliteit zijn. Ze barsten gemakkelijk en kunnen uitgesproken bloedingen veroorzaken. Je merkt plots een donkere wolk of je kan gedurende maanden het zicht verliezen door het dikke bloedgordijn. Als in dit stadium niks wordt ondernomen, gaan de nieuw gevormde bloedvaten verschrompelen en uiteindelijk het netvlies lostrekken met definitieve blindheid tot gevolg. Dankzij een strikte suiker- en bloeddrukcontrole en jaarlijkse preventieve onderzoeken bij de oogarts kan je het risico tot het uiterste minimum beperken.